Belastingaanpassingen ook voor de woonbonus

In de nieuwe begrotingsafspraken worden ook huiseigenaren getroffen.

Naast de afschaffing van de belastingsaftrek van energiebesparende maatregelen (zoals voor de zonneboilers) en het aanpassen van de berekening van het netto voordeel voor de bedrijfswagens, worden ook mensen met een woonlening getroffen door de nieuwe begrotingsbesparingen.

Wanneer je namelijk een hypotheeklening afsluit kan je via de woonbonus een deel van deze kosten terug fiscaal inbrengen in de jaarlijkse belastingsbrief.

Deze zogenaamde woonbonus wordt op de volgende manier berekend:

Voor de inkomsten van 2011 (aanslagjaar 2012) bedraagt het basisaftrekbedrag € 2.120. De eerste tien jaar van de hypothecaire lening komt daar een extra bedrag van € 710 bovenop en wie drie of meer kinderen ten laste heeft in het eerste jaar dat volgt op het sluiten van de lening, kan dat bedrag met nog eens € 70 verhogen.

Deze korf van 2120€ wordt gevuld met de betaalde intresten, de kapitaalaflossingen en de premies van de schuldsaldoverzekering.

Deze woonbonus gaf voorheen dan een belastingsvoordeel naar gelang je inkomen en in welke belastingsschaal je inkomen te vinden was. Hoge inkomend kregen dus 50% belastingsvoordeel (wat neerkomt op 50% van 2840€ = 1420€). Mensen met een lager inkomen hadden daardoor maar tot 32% voordeel (908€).

Wijziging voor 2012

Vanaf 2012 zal het voordeelpercentage voor de woonbonus vastgelegd worden op 45% voor iedereen.

Hoge inkomens (jaarlijks belastbaar inkomen van minstens 37.890 euro): 1278€ ipv. 1420€ voordeel = 142€ minder voordeel

Lage inkomens (jaarlijks belastbaar inkomen van bvb. 12.000 euro): 1278€ ipv. 908€ voordeel = 370€ meer voordeel

Het is natuurlijk niet een zwart-wit verhaal van meer voordeel voor lagere inkomens, daar de korf voor de woonbonus natuurlijk eerst moet gevuld zijn met minstens 2120€ aan betaalde interesten, kapitaalaflossingen en de premies van de schuldsaldoverzekeringen.

En vanaf 2012

Een nog niet vele ter sprake gekomen onderdeel van het regeringsakkoord is de afschaffing van de hypothecaire aftrek vanaf 2014. De fiscale aftrek voor hypothecaire kredieten zoals die nu bestaat, wordt namelijk vanaf 2014 afgeschaft, wanneer die bevoegdheid zal worden overgeheveld naar de deelstaten.

Hierover is er nog geen zekerheid van hoe de deelstaten dit zullen gaan opvangen en is dus zeker iets om in de gaten te gaan houden. Voor de huidige lopende woonleningen zou er wel geen verandering komen.

Geef een reactie

Accordeonlening vroegtijdig aflossen?

1 van de grotere nadelen van het accordeonkrediet is het vroegtijdig aflossen van het geleende kapitaal.

Door het systeem van de vaste maandbedragen en de glijdende afbetalingstermijn, zal er bij een stijgende rentevoet een verlenging van de afbetalingstermijn gebeuren.

Hierdoor gaat er minder kapitaal afgelost worden, door de langere looptijd (met bijkomende rentekosten). Wanneer men nu zijn accordeonlening vroegtijdig wilt aflossen (bvb. met een erfenis of na de verkoop van het huis), dan blijft er een groter restbedrag over dan in het geval van een gewone vaste rentevoet.

Extra bankkosten?

De bank kan mag een vroegtijdige afbetaling niet weigeren, maar mag daarnaast wel kosten in rekening brengen (voor de gemiste interestopbrengsten van de vervallende looptijd).

Hiervoor gaat men standaard een wederbeleggingsvergoeding van 3maal de maandelijkse aflossing bepalen.

Een voorbeeld berekening:

Een accordeonlening met nog een openstaand kapitaal van 100.000€ aan een rentevoet van 3,8%.
boete bij vervroeg afbetalen = (3,8% van 100.000) /4 = 950€

Hierbij komen natuurlijk ook nog dossierkosten.

Dit is dus een nadeel dat zeker belangrijk is voor mensen, die erover denken om de lening vroegtijdig te gaan aflossen.

Geef een reactie

Berekeningsformule herziening lening

Doordat de accordeonlening gebruikt maakt van het systeem van de referte-index A (jaarlijks aanpasbaar) kan er jaarlijks een herziening gebeuren.

Deze herziening heeft het voordeel bij een accordeonlening dat enkel de looptijd zal kunnen aangepast worden en de rentelast gelijk zal blijven.

Een herziening van de rente op een scharniermoment (bijvoorbeeld lening afgesloten in maart) zal de referte-index van de maand maart van dat jaar genomen worden en wordt volgende formule toegepast:

Nieuwe rentevoet = basisrentevoet + (nieuwe index – aanvangsindex)

Als extra beschermingsmechanisme is er de zogenaamde cap (of rentetunnel), die aan de lening gekoppeld is.

Door deze begrenzing zal de nieuwe rentevoet slechts tot een bepaalde grens kunnen aangepast worden. Een goed voorbeeld is bijvoorbeeld cap 3 (+/- 3%).

Bij cap3 rentevoeten, zal deze maximaal tot 3% hoger dan de oorspronkelijke rentevoet kunnen stijgen. een rentevoet van 2%, zal dus nooit meer dan 5% kunnen worden.

Geef een reactie